Posts tonen met het label Luther. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Luther. Alle posts tonen

zondag 11 november 2018

Luther en de protestantse revolutie


De film is gemaakt in verband met de 500e verjaardag van de Reformatie. De duur is ongeveer 80 minuten. Het werd opgenomen in 9 landen (Oostenrijk, Tsjechië, Duitsland, Noorwegen, Polen, Zwitserland, Zweden, Verenigd Koninkrijk, Italië). De producenten interviewden meer dan 30 mensen. Het werd gefilmd met behulp van professionele computeranimatie. Het presenteert vooral feiten die tot zwijgen werden gebracht en uit de geschiedenisboeken werden verwijderd. Het verhaal van eeuwenoude gebeurtenissen en het zal gericht zijn op het identificeren van de langdurige Protestantse revoluties van vandaag - echo's van gebeurtenissen van 5 eeuwen oud, de verwoestende gevolgen van de 'schokgolf' van het protestantisme in de gruwelen en absurditeiten van de 20e / 21e eeuw.


In deze film zal Luther's biografie - met bijzondere verwijzing naar de feiten die onbekend zijn bij moderne volgelingen van verschillende protestantse sekten - als een kader dienen. De film toont de oorsprong van de protestantse revolutie, de voorafgaande sociale revoluties, waarin ketterijen werden gebruikt als dragers van een ideologie voor politieke gewin die leidden tot aanzienlijke 'transformaties van privé-eigendom'. Verdere ontwikkelingen van de historische tragedie, die werden geïnitieerd door de oorspronkelijke acties van Luther, zullen worden getoond. Naast de hoofdlijnen van de gebeurtenissen in Duitsland, zal de kijker ook bekend raken met feiten en cijfers met betrekking tot de protestantse revoluties in andere landen, zoals het overspel van koning Hendrik VIII en minder bekende gebeurtenissen, zoals de laatste slag om de Zweedse houthakker Nils Dackle "de vervloekte soldaat" van de contrarevolutie in de 16e eeuw.


dinsdag 10 oktober 2017

Repliek op artikel van Stichting In de Rechte Straat

De Stichting In de Rechte Straat (IRS) heeft recent een artikel gepubliceerd over de gesprekken tussen Gereformeerden en Katholieken over de rechtvaardigingsleer.

Een citaat uit dit artikel: "Door het geloof in Christus geeft God uit genade zondige mensen een nieuwe identiteit, een bestaan in Christus, los van wie je bent, los van wat je doet. Zo zegt Paulus het, zo begreep Luther het – en dat heeft Rome nooit goed begrepen. Nee, dat betekent niet dat wat je bent of wat je doet God onverschillig is – de oude angst van Rome – maar het belangrijkste is: in Christus ben ik een nieuw schepsel. Het oude is voorbijgegaan, alles is nieuw geworden."

De misvattingen van Protestanten mbt de rechtvaardigingsleer worden weerlegd in dit artikel. Een uitgebreide bespreking van de opvattingen van Maarten Luther.

vrijdag 5 mei 2017

De waarheid over wat Luther leerde en gedaan heeft (DUITS)



Prof. Dr. Alma von Stockhausen geeft in deze video in het kort weer wat de visie van Luther is op zaken als verlossing, vrije wil, huwelijk en meer.
Voor wie meer wil leren: http://www.siewerth-akademie.de/cms/pdf-dokumente.html

zaterdag 11 maart 2017

§41. Wat leerde Luther over het geloof en de goede werken?

TWEEDE HOOFDSTUK – Het geloof en de goede werken.

§41. Wat leerde Luther over het geloof en de goede werken?

Volgens de leer van Luther is onze menselijke natuur als gevolg van de erfzonde in haar diepste wezen zo erg ontaard, dat we tot geen enkel goed werk meer in staat zijn, dat zelfs al onze werken, ook degene die we meestal goede werken noemen, slecht en zondig zijn. Alleen voor degene die in Christus geloven zijn ze niet zondig.

Ziehier Luthers eigen woorden: “Elk goed werk, al is het nog zo goed verricht, is een schandalige zonde. Ja zelfs ieder werk van de rechtvaardige is vloekwaardig, is een doodzonde.”

Daarom leerde Luther dan ook, dat goede werken absoluut niet nodig zijn om zalig te worden, en dat de mens door het geloof alleen zijn eeuwig heil kan en moet bewerken. “Nu ziet u,” lezen wij in zijn werken, “hoe rijk de Christen of de gedoopte is; want zelfs als hij het wil, kan hij zijn zaligheid niet verliezen, hoe erg hij ook zondigt, tenzij hij niet wil geloven. Geen zonde kan hem verdoemen, maar alleen het ongeloof”

Maar wat komt daar van terecht? Men kan namelijk de zwaarste zonde begaan, zonder daarom het geloof te verliezen. Als men dus aanneemt, dat het geloof alleen genoeg is om zalig te worden, dan zet men de deur open voor de grootste losbandigheid. En inderdaad, zonder daar voor terug te schrikken, durfde Luther zijn vriend Melanchton te schrijven: “zondig er maar op los, maar geloof nog sterker. Zondigen moeten wij, zolang we op aarde zijn. Het is genoeg, dat we zonder twijfel geloven in Christus, het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt. De zonde zal ons niet van Christus scheiden, al zouden we ook duizend keer per dag de zwaarste zonden bedrijven.”

Wat denkt u lezer, is dat een heilige leer? Kan dat nu de leer zijn, die Christus aan deze wereld gegeven heeft, om de mens van zonde terug te houden en hem de weg naar de hemel te wijzen? Moest door deze leer de Kerk “hervormd” worden? Door deze leer het Evangelie tot nieuwe bloei komen? Is het niet dwaas de mens van natuur zo slecht voor te stellen, dat hij bij alles wat hij doet, noodzakelijk zondigt? Wie kan geloven dat de mens, al is hij ook een moslim of heiden, een zonde zou doen, als hij bijv. uit medelijden een aalmoes geeft aan een arme ongelukkige?

Uit het boek: 'Waar is de Kerk van Christus' van pastoor M. van der Hagen

zaterdag 29 oktober 2016

§23. Heeft Luther door een heilige levenswandel getoond, dat hij door God was uitverkoren om de ware heiligheid weer in de Kerk weer te laten opbloeien?

Ik weet dat verschillende schrijvers Luther als een heilige, of tenminste als een voorbeeld van deugd hebben voorgesteld. Of zij dat oprecht meenden, laat ik achterwege. In ieder geval, na alles wat in de laatste jaren over Luthers leven aan het licht is gebracht, en zelfs aan de hand van wat men in zijn eigen werken leest, kan ik moeilijk aannemen dat iemand die maar een beetje ontwikkeld is, Luthers ‘heiligheid’ hoog heeft staan.

Lezer, misschien bent u zelf Protestant, en dan zou het u waarschijnlijk tegen de borst stuiten als ik hier alles zou vermelden wat de geloofwaardigste geschiedschrijvers van Luthers leven hebben vermeld. Ik zal dat dus achterwege laten en u liever een paar uitdrukkingen van Luther zelf aanhalen, waaruit u dan makkelijk zelf kunt opmaken of iemand die zo schrijft en spreekt, bezield is van ware heiligheid.

Hier enkele voorbeelden:

‘Dit zal’ zegt Luther dus, ‘mijn eer en mijn roem zijn, dit wil ik, dat men later van mij zal zeggen, hoe ik vervuld ben van scheldwoorden en vervloekingen tegen de papisten. Ik wil hen met mijn donder en bliksem ten grave luiden. Als ik zeg: geheiligd is Uw naam, dan moet ik daaraan toevoegen: Vervloekt, verdoemd en verguist moet worden de naam der papisten. Werkelijk bid ik zo dagelijks met de mond en voortdurend met het hart.’

Zijn tegenstanders geeft Luther de eretitel van ‘wolven’, ‘bloedhonden’, ‘duivels’ en ‘bloeddorstige tirannen.’ Muntzer, Carlstad, Campanus en andere sektehoofden, die, net zoals hij zelf, zich op de Bijbel of het zuivere woord van God beriepen en dat zuivere woord van God op eigen gezag verklaarden, maar het ongeluk hadden, het bij die verklaring niet met Luther eens te zijn, worden door hem gewoon ‘vleesgeworden duivels’ genoemd. Cochlaeus noemt hij ‘een zwijn’ . Ook de keizer en andere vorsten worden door Luther ‘waanzinnige, razende gekken’ genoemd. Maar bij de Paus, bisschoppen, priesters en monniken ging hij het verst. ‘De monniken,’ zo lezen wij in zijn tafelgesprekken, ‘zijn een lui volk, dienaars van hun buik en varkens.’ ‘De roomse bisschoppen moeten een eed doen dat ze de duivel dienen, en deze neemt gelijk bezit van hen. . De kardinalen begroet hij met ‘rottengespuis’; de Paus noemt hij ‘rottenkoning, pausezel, duivelskop en de helse vader van Rome.’

Op 18 augustus 1520 schreef hij: ‘Wij zijn overtuigd, dat het pausdom de zetel is van de ware Antichrist in levende lijve, en wij geloven dat om het heil van de zielen alles tegen zijn valsheid en bedorvenheid geoorloofd is.

‘Om het pauselijk bestuur te durven aannemen’, lezen wij  ‘moet men een schurk en een boosdoener zijn, ja de ergste boosdoener na de duivel’.

Luther zag de Paus zelf als een ‘vermomde, een echte duivel’.  en meende dat er geen scheldwoord hatelijk genoeg is om de Paus mee aan te spreken zoals hij verdient. ‘Al noemt men hem te gelijk gierig en goddeloos en afgodisch, dan is dat allemaal nog veel te weinig; zijn grote schurkenstreken kan men niet begrijpen of uitspreken.’

In 1545 gaf Luther een boek uit met de titel ‘Tegen het pausdom te Rome, door de duivel gesticht.’ In dat boek herhaalt hij de raad ‘om heel het slechte volk van het Roomse Sodom aan te grijpen, en de handen te wassen in hun bloed.’ Ergens anders zegt hij: ‘Men moet de Paus zelf en de kardinalen, en iedereen die aan zijn afgoderij en papistische heiligheid hebben meegewerkt, grijpen en als godslasteraars de tong om hun nek trekken en hen op een rij aan de galg hangen.’

Nu wil ik nog niet vragen of Luther zulke beschuldigingen waar kon maken, ik vraag alleen: Zijn zulke heftige verwijten en grove scheldwoorden de taal van een heilige?

Luther gaf zich uit voor een waar afgezant van God; maar we weten dat ‘God wil niet de dood van de goddelozen, maar dat hij zich bekeert en leeft’ (Ezech. 33, 11). Vandaar dat de Katholieke Kerk niet ophoudt te bidden voor de bekering, zelfs, van de grootste en hardnekkigste zondaars, en dat zij het een gruwel noemt, wanneer wij het eeuwig ongeluk van welke zondaar ook verlangen of van God vragen.

Hoe dacht Luther hierover? Hoor hoe hij te velde trekt tegen de hertog Georges van Saksen: ‘Dr. Martinus Luther verklaart heel stellig dat hertog Georges niet alleen geestelijk, maar ook lichamelijk door de duivel is bezeten, en dat hij niet tot zijn zalig einde, maar tot zijn dichterbij komend verderf, zo dol en razend is, dat het niet is te hopen dat hij zich bekeert en boete doet. Daarom moet men niet voor hem, maar tegen hem bidden, zodat God eindelijk die landplaag uit de wereld wegneemt en hem neerstort in afgrond van de hel.’

Tegen gewetenswroegingen geeft Luther de volgende raad: ‘Iedereen, die zulke duivelse gedachten, bijv. aan een mooi meisje, door geldzucht of dronkenschap verdrijven kan, raad ik dat aan.’ Een stichtende raadgeving, vindt u niet? Vooral als het komt van iemand die zich voordoet als apostel en zedenprediker, en bekent, zelf dat middel te gebruiken.

Hoe erg Luther neerzag op de schone deugd van zuiverheid, die wij de deugd van de engelen noemen; met hoeveel minachting hij sprak en schreef over de heiligheid en onverbreekbaarheid van het huwelijk, zal blijken uit een preek die hij in Wittenberg heeft gehouden en ook heeft uitgegeven. Deze preek is opgenomen in Janssen’s ‘Geschichte des Deutschen Volkes. An meine kritiker’, blz. 199. Wie dat wil kan ze dus lezen. Ik zelf geloof dat ik de taal en de grondstellingen die daarin openlijk worden verkondigd, niet bij de lezer onder ogen mag brengen, en ik geloof ook, lezer, dat u net zo goed als ik, daar ook geen behoefte meer aan hebt.

Ik denk er zeker aan, dat in die dagen de spreek- en schrijfstijl niet zo netjes was als nu. Dat Luther dus in zijn geschriften en gesprekken zich hier en daar woorden en uitdrukkingen veroorloofde, die wij tegenwoordig plat zouden noemen, mag niet te zwaar wegen. Ook geef ik graag toe, dat zelfs de braafste zijn gebreken en zwakheden kan hebben en daarom, vooral als hij een vurig karakter heeft, in een verontwaardiging of onbedacht ogenblik zeker iets zou doen of zeggen, wat de grenzen van een gepaste matigheid te buiten gaat. Maar, hoe toegeeflijk ik ook zou zijn, ik zie met de beste wil geen mogelijkheid om in de taal van Luther de taal van een heilige te erkennen. Nee, nog eens, zo spreekt een heilige niet! Zo sprak geen enkele heilige tijdgenoot van Luther, zoals: Fransiscus Xaverius, Petrus Canisius, Carolus Borromeus of Theresa van Avila! Zulke hoogst ongepaste woorden, scheldnamen en verwijten, zulke buitensporige en met elke zedenleer in strijd zijnde opwekkingen en raadgevingen komen niet eens op in het hart van een heilige en hem al helemaal niet over de lippen. Integendeel, de taal der heiligen munt meestal uit door liefde en nederigheid en als de ijver voor de eeuwige goddelijke waarheid – niet voor een persoonlijke mening – bij hen opvlamt, dan kunnen zij wel heftig tekeer gaan tegen dwaling en zonde, maar sparen diegene in wie die dwaling en zonde gevonden wordt.
Lezer, oordeel nu zelf; kan men mij van overdrijving beschuldigen wanneer ik beweer dat Luther niet alleen geen heilige was, maar daar ook absoluut niet op leek? En een onderzoek van zijn leven, vergeleken met dat van een echte heilige, zal deze uitspraak alleen maar bevestigen.

donderdag 25 juli 2013

Geloof zonder werken is dood

Dr. H. A. Speelman heeft een boekje geschreven met de titel ‘Hoe overleeft de kerk?’ Het boek gaat over  twee passages in werkjes van de reformator Melanchthon. Het Reformatorisch Dagblad interviewt Speelman en hier volgen enkele citaten uit het interview met een reactie van ondergetekende. Eerst wordt de context uitgelegd:
Sterk zette Luther in 1517 –contra Rome– in op Gods genade, het geloof alléén, christelijke vrijheid. Tien jaar later bleek hoezeer het volk misbruik maakte van de nieuwe leer. „Ieder deed wat goed was in eigen ogen”, zegt dr. H. A. Speelman.
Hier reageert Mechanchton met een oproep tot boete en berouw. In 1727 schreef Mechanchton:
De zielenherders moeten het voorbeeld van Christus volgen en aangezien Hij boete en vergeving van zonden predikte, moeten de zielenherders dat ook aan de gemeenten doorgeven. Nu wordt wel veel over het geloof georakeld, toch kan wat geloof is niet worden begrepen zonder dat de boete gepredikt is. Het is duidelijk dat diegenen nieuwe wijn in oude zakken gieten, die het geloof prediken zonder boete, zonder de leer van de vreze Gods, zonder de leer van de Wet en zo de menigte doen gewennen aan een vleselijk te noemen zekerheid. Die zekerheid is erger dan alle dwalingen die eerder onder de paus zijn geweest. Dat soort predikers beschrijft Jeremia en hij vaart uit tegen diegenen die zeggen: „Vrede, vrede en er is geen vrede” (Jer. 6:14).”
“Iedereen deed wat goed was in eigen ogen”, aldus Dr. Speelman, en men negeerde de leer van de Wet. Dat is toch een logisch gevolg van de leer die Luther preekte?! De mens wordt gerechtvaardigd uit geloof, zonder goede werken. Niet verwonderlijk dat de mensen geen goede werken meer deden, waarom zouden ze ook.

Dit beeld van totale anarchie na Luthers’ revolutie wordt nog eens bevestigd in het volgende stukje uit het RD artikel:
Tien jaar nadat Luther zijn 95 stellingen had aangeslagen aan de kapel van Wittenberg, hadden miljoenen mensen in het Duitse Roomse Rijk de gevestigde kerk en het oude geloof de rug toegekeerd. Maar wat je zag, was dat zij massaal misbruik maakten van Luthers leer, van de evangelische vrijheid onder andere. In naam daarvan betaalden mensen bijvoorbeeld geen burgerlijke of kerkelijke belastingen meer. Ieder deed wat goed was in zijn ogen. En dat betrof niet alleen leken, ook veel voorgangers.
Maar er is een tweede probleem, het kerkelijke gezag is door de reformatie onderuit gehaald. En wie of wat oefent nu gezag uit over de gelovigen? Daarvoor in de plaats volgt de een de leer van Luther de ander Melanchton en weer een ander Calvijn of Zwingli.
„Klopt. Dat bleek wel tijdens een eerste visitatieronde in 1527, waarvoor de keurvorst van Saksen, Johan de Standvastige, opdracht had gegeven. Veel voorgangers selecteerden maar wat uit Luthers leer, net wat hen uitkwam. Veel werd er gesproken over vergeving, geloof; maar voor noties als boete, schuldbelijdenis, het doden van de zonde was bijna geen aandacht meer. Meer dan een derde van de geestelijkheid leefde ook in concubinaat.
Dat is een van de kernproblemen van het protestantisme, iedereen mag zelf de H. Schrift uitleggen en doet dit dan ook lustig, met heel verschillende uitkomsten. Je kunt altijd wel weer een tekst vinden die je lijkt te ondersteunen in je zondige/overspelige gedrag, zoals blijkbaar bij een derde van de geestelijkheid het geval was. De seksuele bandeloosheid was ook al duidelijk in de afschaffing van het celibaat, en vooral Luther was hier heel fel in.

Hier twee artikelen met vergelijkbare strekking:
http://verbond.blogspot.nl/2012/10/de-gevolgen-van-de-afscheiding-van-de.html
http://www.refdag.nl/opinie/reformatie_en_secularisatie_een_moeizaam_argument_1_684566