donderdag 5 januari 2012

Het gescheiden zitten van mannen en vrouwen in de kerk



Het gescheiden zitten van mannen en vrouwen in de kerk is een zeer oude traditie. Al in de Joodse synagoge waren de mannen van de vrouwen gescheiden, maar ook in de eerste Christelijke gemeente kende men deze gewoonte. Een van de eerste christenen die daarover schreef was Cyril van Jeruzalem, in de vierde eeuw na Christus. Hij heeft gezegd: “Laten de mannen bij de mannen zijn, en de vrouwen bij de vrouwen. Ik wil hierbij het voorbeeld geven van Noach’s ark: Noach ging in de ark met zijn zonen, en zijn huisvrouw met de vrouwen van zijn zonen… Wanneer de Kerk gesloten wordt, en we allemaal binnen zijn, laat er dan scheiding zijn, mannen bij mannen, en vrouwen bij vrouwen…. En zelf wanneer er plaatsen gereserveerd zijn in de buurt van elkaar, laat dan de passie aan de kant gezet worden. Laten de mannen wanneer ze zitten een goed boek nemen, en lezen, terwijl anderen luisteren, en wanneer er geen boek is laat men dan bidden, of laat iemand iets nuttigs spreken. En laat de groep van jonge vrouwen op gelijke wijze bijeen zitten, zachtjes zingende, of lezend, zodat haar lippen bewegen, maar een ander het geluid niet opvangt, want ik verdraag het niet wanneer een vrouw in de kerk spreekt. En laten de getrouwde vrouwen dit voorbeeld navolgen, en bidden; laten haar lippen bewegen, maar haar stem ongehoord blijven, opdat er een Samuël moge komen, en uw onvruchtbare ziel opgewekt wordt tot redding door God die uw gebed hoort; want dat is de betekenis van de naam Samuël (Protocatechesis, 14, NPNF, s. 2, v.7). Hier baseert Cyril zich, wanneer hij spreekt over zwijgen van de vrouwen in de gemeente, natuurlijk op 1 Kor. 14: 33, 34. Het is niet helemaal duidelijk of Cyril een nieuwe praktijk introduceert of dat hij alleen maar oproept om een reeds bestaande traditie niet te negeren. Duidelijk is in ieder geval wel dat het een volledig normale en gebruikelijke praktijk was in de kerken om vrouwen en mannen gescheiden te laten zitten.


Dit gebruik in veel vroegchristelijke kerken is zelfs terug te zien in de architectuur, bijvoorbeeld in die van de Oude Sint-Pietersbasiliek. Voor vrouwen was een balkon beschikbaar, het zogenaamde matroneum. Een matroneum (ook wel matronaeum; meervoud: matronea of matronaea) is een balkon aan de binnenkant van een (kerk)gebouw, waar vrouwen plaats konden nemen. De naam is dan ook afgeleid van het Latijnse woord "matron". In veel vroegchristelijke bouwwerken werd een matroneum gebouwd. Drie voorbeelden zijn de 4e-eeuwse Sint-Laurensbasiliek in Milaan, de Oude Sint-Pietersbasiliek in Rome en de Basiliek van San Vitale in Ravenna.

Deze traditie is door de eeuwen heen in vele tradities, religies en landen bewaard gebleven, ze is bijvoorbeeld terug te vinden bij: (Rooms) Katholieken, Orthodoxen, Amish, Mennonieten, Gereformeerden en Hervormden.
De Katholieken kenden deze regel al vele eeuwen, en ze is zelfs opgenomen in het canonieke recht dat in 1917 is aangenomen:
Can. 1262. § 1. Optandum ut, congruenter antiquae disciplinae, mulieres in ecclesia separatae sint a viris.
§ 2. Viri in ecclesia vel extra ecclesiam, dum sacris ritibus assistunt, nudo capite sint, nisi aliud ferant probati populorum mores aut peculiaria rerum adiuncta; mulieres autem, capite cooperto et modeste vestitae, maxime cum ad mensam Dominicam accedunt .

In de meeste katholieke kerken is nog altijd een duidelijke verwijzing naar het gescheiden zitten van mannen en vrouwen te vinden. Links bevindt zich namelijk het beeld van de H. Maagd, de patroonheilige van vrouwen. Terwijl rechts meestal een mannelijke patroonheilige te zien is, zoals de H. Jozef. Zo kun je als man dan wel als vrouw kijken naar de patroonheilige die past bij jouw mannelijkheid of vrouwelijkheid.

Tot ver in de jaren zestig was het voor Katholieken dan ook volstrekt normaal om gescheiden te zitten in de kerk. Wat de Katholieken betreft hangt deze regel uit het kerkrecht samen met een heel aantal andere artikelen die de positie van de vrouw in de kerk regelen. Alleen mannen mogen een kerkelijk ambt uitoefenen (zoals priester, diaken etc), alleen mannen mogen de communie uitreiken (tegenwoordig alleen in bijzondere gevallen, wanneer verder geen geschikte persoon gevonden kan worden), vrouwen mogen niet als misdienaar dienen, vrouwen moet gesluierd in de kerk zitten zeker tijdens het ontvangen van de communie, vrouwen mogen niet preken in de kerk, heilige zaken zoals de pateen en kelk mogen niet door een vrouw aangeraakt worden tenzij deze eerst door een ambtsdrager gereinigd is en vrouwen mogen de Schrift niet lezen in de Kerk. Het in onbruik raken van deze regels hangt samen met de sterke opkomst van de feminisme en de emancipatie. Afschaffen van de ene regel, leidt vrijwel zeker tot afzwakking, of zelfs afschaffing van de andere regel. Anders gezegd, het dragen van de hoofdbedekking van de vrouw, staat niet los van het gescheiden zitten.

Ook in Gereformeerde en Hervormde kerken was dit een bekende traditie, in het begin van de 19e eeuw ontstond er in de Grote Kerk te Bodegraven gebrek aan ruimte in de mannenbanken, zodat mannen op vrouwenplaatsen gingen zitten. Dit wekte grote beroering. De Kerkenraad besloot wachters aan te stellen om het te voorkomen. Zo groot is blijkbaar de betekenis, die gehecht werd aan het apart zitten van mannen en vrouwen. Niet alleen in Bodegraven, in veel kerken waren de zitplaatsen van de vrouwen en die van de mannen gescheiden. Maar het werd ook gepraktiseerd in de Christelijke Gereformeerde Kerk van Rotterdam die werd gesticht in 1892. Er waren banken voor mannen en vrouwen, kleine kinderen mochten bij de moeders zitten, maar als een jongetje 7 jaar was dan moest hij wel naar de mannenbanken verhuizen. Slechts bij uitzondering werd toegestaan dat zo’n knaap toch bij de moeder zat, maar dan liefst op het uitschuifbankje aan de buitenkant van de bank. Alle banken hadden destijds van die uitschuifjes.

De praktijk van het gemengd zitten van mannen en vrouwen moet afgewezen worden, en wel om de volgende redenen:

- Het gescheiden zitten is in de vroegchristelijke Kerk ingevoerd door de apostelen. Jezus riep zijn apostelen om “Mijn gemeente” te bouwen (Matt. 16) en er wordt ons door Paulus gezegd: “staat vast en houdt de inzettingen, die u geleerd zijn, hetzij door ons woord, hetzij door onzen zendbrief. Daarom moet deze traditie van de apostelen bewaard blijven, een traditie waarover trouwens ook Augustinus geschreven heeft.

- Er ontstaat meer broederschap, de aandacht wordt immers van het eigen gezinnetje afgeleid, en gericht op de andere broeders en zusters.

- Kerkgang voor weduwen, weduwnaars en alleenstaanden is gemakkelijker, omdat ze zich sneller deel voelen van de gemeenschap. Ze voelen zich niet zo snel geïsoleerd, doordat ze niet bij hun eigen familie kunnen zitten.

- De pastoor/dominee kan zicht rechtstreeks richten tot de mannen of de vrouwen.

- Zingen gaat beter, omdat bassen en tonoren bij elkaar zitten, evenals alten en sopranen, is de harmonie groter.

- Minder afleiding tijdens de dienst tussen mannen en vrouwen en verliefdheden tussen ongetrouwde personen, daardoor kan een beter geestelijk klimaat geschapen worden.

Paulus leert ons “hangt het goede aan” (Rom. 12: 9). Deze traditie, dat vrouwen en mannen gescheiden zitten, is gepraktiseerd door de apostelen en heeft reeds vele eeuwen bewezen “goed” te zijn, laten we er daarom nu aan vasthouden, of deze traditie opnieuw invoeren.

3 opmerkingen:

Anoniem zei

Beste Hugo,

Helder stukje. ik heb altijd waardering voor iemand die geheel tegen de tijdgeest in pal gaat staan voor oude waarden. Dat tot ver in de jaren 60 mannen en vrouwen nog gescheiden zaten wens ik te betwijfelen. Ik kan het me niet herinneren. Wij zaten altijd met ons gezin in een bank. Terwijl toen ook nog wel de oude ritus werd gevolgd. Er is zeker iets voor te zeggen dat mannen en vrouwen weer gescheiden gaan zitten maar de wereld van is al zo gericht op het scheiden van mensen en gezinnen. De gelegenheid om nog als "heel" gezin naar de mis te gaan staat al zo onder druk. Liturgisch en kerkhistorisch gezien is het wel mooier en betekenisvol. In onze kerk heb je inderdaad het Maria-altaar links en het Jozef-altaar (heilig gezin-altaar) rechts. Ik zie het helemaal voor me wat schrijft, vrees echter dat het er niet meer van zal komen.

Groet, Paul van Dongen

Anoniem zei

Links-Rechts
Dit onderscheid moet oeroud zijn...
Slecht-Goed
Gehuwden wandelen met de vrouw aan de rechterhand. Bij ongehuwden houdt de man de rechterhand vrij voor God.
In kledij : zie nog altijd de sluiting van jas met knopen...ook inzake ritsen.
Bij Oosterse meditatie : Falun gong : de man legt de linkerhand in de rechter en de vrouwandersom.
In Wellen (Limburg Belgie) stonden de mannen...links. Tenzij bij begrafenis : de mannelijke familie nam dan rechts plaats. Is hier ooit een stil protest-vorm gegroeid ?
Het was een zwaar getroffen Bokkerijdersparochie in 1770 ?

Hugo Bos zei

Bedankt voor deze boeiende aanvullende informatie.
Hugo Bos