Onderstaande
geloofsbelijdenis is die van alle gemeenten die zijn aangesloten bij de
Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten (kortweg: VPE), in dit geval is de tekst overgenomen van
deze website. Mij werd gevraagd om
hier commentaar op te geven, hetgeen ik in onderstaande tekst gedaan heb (in
het
geel).
Inleiding
Het woord van God, zoals ons
in de Bijbel is overgeleverd, is het enige richtsnoer voor ons geloof en leven.
De belijdenis die hierna volgt, vormt de geestelijke grondslag voor onze
geloofsgemeenschap. Op deze basis willen wij een hechte gemeenschap vormen; één
in streven en overtuiging. Wij erkennen dat deze belijdenis van fundamentele
betekenis is voor de verkondiging van het evangelie. Het gezag van deze
belijdenis is echter ondergeschikt aan dat van de Bijbel en deze belijdenis
geeft ook niet alle Bijbelse waarheden weer.
Ps. 119:105; Heb. 4:12; Heb.
5:11-6:3.
Commentaar: uit de genoemde teksten (Ps. 119:105; Heb. 4:12; Heb. 5:11-6:3)
blijkt dat Gods Woord belangrijk is voor ons geloofsleven, maar er staat zeker
niet dat het het enige richtsnoer voor ons geloof is. Er bestaat ook
geen enkele Bijbeltekst waar staat dat de Bijbel de enige bron voor ons
geloof is. De Bijbel leert daarentegen dat de gesproken Traditie net zo
belangrijk is als de H. Schrift. Paulus zegt bijv.: “Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der
prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als der
mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u,
die gelooft.” (1 Tess. 2: 13). Volgens Paulus zijn de gesproken woorden van
de apostelen het Woord van God. Paulus vermaand in zijn tweede brief aan de
Tessalonicenzen dat ze de gesproken en geschreven Traditie als even
gezaghebbend moeten beschouwen. Dat is ook te verwachten aangezien beide Gods
Woord zijn: “Zo dan, broeders, staat vast
en houdt de inzettingen, die u geleerd zijn, hetzij door ons woord, hetzij door
onzen zendbrief.” (2 Tess. 2: 15).