zaterdag 26 november 2011

Aanbidden Katholieken beelden?

Catholic Answers, San Diego: 2004, www.catholic.com

“Katholieken aanbidden beelden!” Deze belachelijke beschuldiging hoor je nog vaak. Deze beschuldiging is ongeveer als volgt opgebouwd, Katholieken hebben beelden in de kerk, daarmee zondigen ze tegen het tweede gebod: “Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen” (Ex. 20: 4, 5), o wee, deze mensen hebben daarmee een grove zonde begaan, ze hebben zich goden van goud gemaakt (Ex. 32: 31).

Het is goed om mensen te waarschuwen die de zonde van afgoderij begaan. Maar Katholieken afgodendienaars noemen omdat ze beelden van Christus en de heiligen hebben is gebaseerd op een misverstand of op onwetendheid over wat de Bijbel zegt over het doel van het gebruik van beelden, op goede of slechte wijze.


De anti-Katholieke schrijver Loraine Boettner poneert in zijn boek Rooms Katholicisme, de absolute stelling: “God heeft het gebruik van beelden in de eredienst verboden’ (281). Wanneer de mensen de Schriften zouden onderzoeken (Joh. 5: 39) zouden ze zien dat het tegenovergestelde waar is. Ze zouden zien dat God het aanbidden van beelden verbiedt, maar Hij verbiedt niet het gebruik van beelden tijdens de eredienst. Sterker nog, Hij gebiedt het gebruik van beelden.

God draagt om op beelden te maken

De mensen die religieuze beelden verbieden willen vergeten de vele passages in de Bijbel waar de Heere gebiedt om beelden te maken. Bijvoorbeeld: “Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels. En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den anderen cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel zult gijlieden de cherubim maken, uit de beide einden van hetzelve. En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn.” (Ex. 25: 18-20).

En David droeg Salomo op: “En tot het reukaltaar gelouterd goud in gewicht; en goud tot het voorbeeld des wagens, te weten der cherubim, die de vleugels zouden uitbreiden, en de ark des verbonds des HEEREN overdekken. Dit alles heeft men mij, zeide David, bij geschrift te verstaan gegeven van de hand des HEEREN, te weten al de werken dezes voorbeelds.” (1 Kron. 28: 18, 19). Het ontwerp van de tempel was, volgens de Bijbelschrijver, gemaakt naar “een voorbeeld van alles, wat bij hem door den Geest was” (vers 12), inclusief beelden van engelen.

Op vergelijkbare wijze beschrijft Ezechiël de geïdealiseerde tempel die hij in een visioen ziet als volgt: “en aan den gansen wand rondom henen in het binnenste en buitenste, al bij maten. En het was gemaakt met cherubs en palmbomen” (Ez. 41: 17,18).

Het religieuze gebruik van beelden

Tijdens hun woestijnreis strafte de Heere de Israëlieten door dodelijke slangen te sturen, God droeg Mozes op: “Maak u een vurige slang, en stel ze op een stang; en het zal geschieden, dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven. En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend.” (Num. 21: 8, 9).

Je moest naar het bronzen beeld van de slang kijken om genezen te worden, hieruit blijkt dat beelden ritueel gebruikt mogen worden, en niet alleen als religieuze decoratie.

Katholieken gebruiken beelden, schilderingen en andere artistieke uitingen om een bepaalde persoon of gebeurtenis in herinnering te roepen. Zoals het helpt om naar de foto van je moeder te kijken wanneer je haar in herinnering wilt roepen, zo helpt het ook om het voorbeeld van bepaalde heiligen in herinnering te roepen door naar hun beeld te kijken. Katholieken gebruiken beelden als onderwijsmethode. In de Vroegchristelijke Kerk was deze vorm van onderricht erg behulpzaam bij het onderwijs van analfabeten. Veel Protestanten gebruiken wel plaatjes van Jezus of andere Bijbelfiguren tijdens de zondagsschool of in de Kinderbijbel. Zo gebruiken Katholieken beelden ook om bepaalde gebeurtenissen en personen te herinneren. Zelfs Protestanten hebben steeds vaker een kerststal met driedimensionale Kerstscènes.

Wanneer die Protestanten met dezelfde maat gemeten worden gebruiken ook zij ‘gesneden’ beelden, ze zouden zich dus schuldig maken aan afgoderij, waar ze Katholieken van beschuldigen. Maar er is in deze situaties geen sprake van afgoderij. God verbiedt het aanbidden als god, maar verbiedt niet het maken van beelden. Wanneer dat zo zou zijn dan zouden alle religieuze films, video’s, foto’s, schilderijen en dergelijke verboden zijn. Maar, zoals de bronzen slang ons toont, verbiedt God helemaal niet het religieuze gebruik van beelden.

Toen de mensen de beelden als een god gingen aanbidden werd de Heere God kwaad. Toen de mensen de bronzen slang begonnen te aanbidden als een soort slang-god (met als naam Nehûstan) gebood de godvrezende koning Hizkía om de slang te vernietigen (2 Kon. 18: 4).

Hoe zit het met knielen?

Sommige anti-Katholieken citeren Deuteronomium 5 vers 9 waar God met betrekking tot afgoden zegt: “Gij zult u voor die niet buigen”. Katholieken buigen of knielen soms voor beelden van Jezus of heiligen, anti-Katholieken zien hierin een vorm van afgoderij, terwijl dit een legitieme verering van heilige afbeeldingen is.

Alhoewel buigen voor iemand een houding kan zijn die aanbidding uitdrukt is toch niet alle buigen aanbidding. In Japan buigen de mensen naar elkaar ten teken van begroeting, zoals wij gewend zijn om een hand te geven. Evenzo kan iemand voor een koning knielen zonder die koning als god te aanbidden. Zo kunnen Katholieken ook knielen voor een beeld om te bidden, zonder dat beeld te aanbidden of zelfs maar te bidden tot dat beeld, zoals ook een Protestant die met de Bijbel in de handen knielt en bidt niet die Bijbel aan het aanbidden is of tot die Bijbel bidt.

Tweede gebod verborgen?

Een beschuldiging die ook vaak door Protestanten geuit wordt richting Katholieken is dat ze het tweede gebod verstopt hebben. Deze beschuldiging komt voort uit de Katholieke Catechismus waar meestal als eerste gebod genoemd wordt: “Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben” (Ex. 20: 3), en als tweede: “Gij zult den Naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken” (Ex. 20: 7). Vanuit dit gegeven wordt wel gezegd dat Katholieken het verbod op afgoderij verstopt hebben om zo hun gebruik van beelden in de kerk goed te praten. Maar dat is niet zo. Katholieken groeperen de geboden alleen anders dan Protestanten.

In Exodus 20: 2-17, waar de tien geboden beschreven worden, staan in totaal veertien verschillende verklaringen. Om bij tien geboden uit te komen moet je die verklaringen op een bepaalde manier groeperen en dat kan op verschillende manieren gedaan worden. Aangezien in de antieke wereld polytheïsme en afgoderij altijd met elkaar in verband staan, waarbij afgoderij de uitingsvorm van polytheïsme is, zijn in de Joodse nummering die twee verklaringen altijd samengevoegd (“Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben” (Ex. 20: 3) en “Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken” (Ex. 20: 4)). De historische Katholieke nummering volgt de Joodse nummering op dit punt zoals ook de historische Lutherse nummering deed. Maarten Luther erkende dat het verbod op polytheïsme gekoppeld is aan dat tegen afgoderij, het zijn twee delen van een en hetzelfde gebod.
Joden en Christenen vatten de geboden samen zodat ze gemakkelijker onthouden kunnen worden. Het sabbatsgebod wordt door Joden, Katholieken en Protestanten als volgt samengevat: “Gedenk den sabbatdag, dat gij dien heiligt“, hoewel het gebod vier verzen bevat (Ex. 20: 8-11).

Het verbod op polytheïsme en afgoderij vatten Joden, Christenen en Katholieken als volgt samen: “Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.” Dit is geen poging om het verbod op afgoderij te ‘verbergen’ (Joden en Lutheranen gebruiken sowieso geen beelden en engelen). Het is slechts bedoeld om het uit het hoofd leren van de tien geboden eenvoudiger te maken.

De Katholieke Kerk is niet dogmatisch over hoe de tien geboden genummerd worden, echter de Catechismus van de Katholieke Kerk zegt: “De indeling en de nummering van de geboden is in de loop van de geschiedenis wel eens gewijzigd. Deze catechismus volgt de indeling van de geboden zoals de heilige Augustinus die heeft vastgelegd en zoals ze in de katholieke Kerk traditioneel is geworden. De lutherse belijdenissen volgen dezelfde indeling. De Griekse Kerkvaders kennen een enigszins andere indeling, die in de orthodoxe kerken en in de gereformeerde gemeenten wordt gebruikt.” (CKK 2066).

Een beeld van God?

Sommige anti-Katholieken beroepen zich op Deuteronomium 4: 15-18 in hun aanval op het religieuze gebruik van beelden: “Wacht u dan wel voor uw zielen; want gij hebt geen gelijkenis gezien, ten dage als de HEERE op Horeb uit het midden des vuurs tot u sprak; Opdat gij u niet verderft, en maakt u iets gesnedens, de gelijkenis van enig beeld, de gedaante van man of vrouw, De gedaante van enig beest, dat op de aarde is; de gedaante van enigen gevleugelden vogel, die door den hemel vliegt; De gedaante van iets, dat op den aardbodem kruipt; de gedaante van enigen vis, die in het water is onder de aarde”.

We hebben al laten zien dat God geen verbod gegeven heeft op het maken van beelden of schilderingen van schepselen met een religieus doel (vergelijk 1 Kon. 6: 29-32, 8: 6-66; 2 Kron. 3: 7-14). Maar hoe zit het met afbeeldingen van God? Veel Protestanten zeggen dat het verkeerd is omdat Deuteronomium zegt dat de Israëlieten bij de verbondssluiting God niet konden zien, daarom mogen we volgens hen geen symbool van God maken. Maar is het waar dat Deuteronomium 4 dit verbiedt?

Het antwoord is ‘Nee’

In de vroege geschiedenis werd Israel verboden om enige afbeelding van God te maken, omdat Hij zich nog niet in enige zichtbare vorm geopenbaard had. En vanwege de heidense cultuur om hen heen, was de kans groot dat Israel in de verleiding zou komen om God te aanbidden in de vorm van een dier of ander natuurlijk voorwerp (bijvoorbeeld een stier of de zon).

Maar later heeft God zich wel in zichtbare vorm geopenbaard, zoals in Daniel 7: 9: “Dit zag ik, totdat er tronen gezet werden, en de Oude van dagen Zich zette, Wiens kleed wit was als de sneeuw, en het haar Zijns hoofds als zuivere wol; Zijn troon was vuurvonken, deszelfs raderen een brandend vuur.” Protestanten maken wel illustraties van de Vader zoals Hij hier bij dit gedeelte van het Oude Testament getoond wordt.

De Heilige Geest heeft zichzelf op ten minste twee manieren zichtbaar geopenbaard, als een duif bij de doop van Jezus (Matt. 3: 16, Mar. 1: 10, Luc. 3: 22, Joh. 1: 32) en als tongen van vuur op de Pinksterdag (Hand. 2: 1-4). Protestanten gebruiken deze beelden wanneer ze een afbeelding maken van deze Bijbelse gebeurtenis en dragen een reversspelt of bumpersticker met een duif.

Maar nog belangrijker is de incarnatie van Christus zijn Zoon, in Hem heeft God een beeld van zichzelf gegeven. Paulus zegt: “Dewelke het Beeld (Grieks: εἰκών eikōn) is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen.” (Kol. 1: 15). Christus is het stoffelijke, goddelijke ‘beeld’ van de onzichtbare en oneindige God.

We lezen van de wijzen uit het oosten “En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre.” (Matt. 2: 11). Hoewel God zichzelf dus niet geopenbaard heeft op de berg Horeb heeft Hij dit wel gedaan in de stal van Bethlehem.

De essentie is dat God bij het maken van het Nieuwe Verbond Zichzelf heeft geopenbaard in de zichtbare vorm Jezus Christus. Om die reden kunnen en mogen we God in de persoon van Jezus Christus weergeven. Zelfs Protestanten maken allerlei religieuze afbeeldingen: van Jezus of andere Bijbelse personen op het kaft van een (kinder)Bijbel, t-shirts, juwelen, ansichtkaarten, CD’s, etcetera. Christus wordt ook symbolisch weergegeven door het Ichtus- of vis- teken.

Aangezien God zich op diverse wijzen geopenbaard heeft, het meest bijzonder in de persoon van Jezus Christus, leert het gezonde verstand ons dat ook wij dergelijke beelden mogen gebruiken om onze kennis van en liefde tot God te verdiepen. Daarom heeft God zich ook in zichtbare vorm geopenbaard, en maken wij beelden van Hem.

Afgoderij is door de Kerk veroordeeld.

Al sinds de dagen van de Apostelen is zonde van de afgoderij veroordeeld door de Katholieke Kerk. De oude Kerkvaders waarschuwen voor deze zonde en de kerkelijke concilies hebben zich ook met de kwestie bezig gehouden.

Het tweede concilie van Nicea (787 na Chr.), die zich grotendeels heeft beziggehouden met afbeeldingen en iconen, zegt: “De ene verlosser die ons bevrijd heeft van de duisternis van afgodische waanzin, Christus onze God, heeft toen Hij zijn bruid de heilige Katholieke Kerk tot zich genomen heeft….beloofd dat Hij haar zou beschermen en Hij heeft zijn heilige Discipelen verzekerd, “Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.’…Sommige mensen hebben geen aandacht geschonken aan deze belofte, ze hebben zich laten verleiden door de gevaarlijke vijand en hebben de lijn van de waarheid verlaten….ze hebben nagelaten om onderscheid te maken tussen het heilige en profane, door aan te nemen dat de afbeeldingen van onze Heer en zijn heiligen niet verschillen van de houten beelden van satanische afgoden.”

De Catechismus van het concilie van Trente (1545-1563) leert dat afgoderij gepleegd wordt: “door het aanbidden van iconen en afbeeldingen als God, of door te geloven dat ze goddelijkheid bezitten en het recht te verlenen om ze te aanbidden, door gebed tot of vertrouwen in hen te stellen” (374).

“Afgodendienst is een ontaarding van de godsdienstzin die de mens is aangeboren. Afgodendienaar is hij, "die aan wat dan ook, in plaats van aan God, het onverwoestbare begrip 'God' toekent". (CKK 2114).

De Kerk herkent en veroordeelt de zonde van afgoderij. Wat anti-Katholieken niet snappen is dat er een groot verschil is tussen het denken dat een stukje steen of hout God is en het visualiseren en herinneren van de ene Christus en de heiligen in de hemel door een beeld van hen te maken om ze daarmee te vereren. Het maken en gebruiken van religieuze beelden is een door een door Bijbelse praktijk. Een ieder die iets anders beweert kent zijn Bijbel niet goed.

4 opmerkingen:

zilvervis zei

Wijze en intelligente voorlichting voor mensen die willen begrijpen, dank! Hieronder een link naar mijn recensie met een knipoog, van een tentoonstelling over protestants-bijbelse afbeeldingen: http://zilvervis.net/2011/12/02/kuise-suzanna/

Anoniem zei

Dank voor het compliment. De visie van protestanten op beelden en kunst in het algemeen is ook de reden dat zo weinig van hen ooit (groot) kunstenaar worden. Ook bijna alle groten in de literatuur zijn Katholiek, zoals Chesterton, Graham Green, Flannery O Connor, F. van Eeden, Willem Jan Otten, Vondel, etc.
Hugo Bos

Anoniem zei

Hoezo nog steeds het, oude verbond aanhalen, wat "mag" en wat "niet mag". De 10 geboden horen niet bij het Christendom, maar maken deel uit van het (oude) verbond gemaakt met Mozes, met het volk Israel! Wij mogen dan "geestelijk Israel" zijn, maar zijn alleen gebonden aan het nieuwe verbond van Christus met ons. God, de Heer liefhebben met al je kracht, verstand en wezen en daaraan gelijk(!) je broeder (medemens) als jij jezelf liefhebt! (vrij vertaald) Natuurlijk hoort daar geen afgoderij bij, maar geestelijk gezien, kun je niet aan het gebod gehoorzamen als je dat doet!

Hugo Bos zei

Sorry, ik zie de reactie nu pas, hierbij een reactie:

Jezus heeft zelf gezegd dat Hij niet gekomen is om de wet te ontbinden (Matt. 5: 17), maar om te vervullen. De tien geboden gelden dus nog steeds. De wet was er zelfs al voordat Mozes de wet opschreef, ze is door God ingeschapen (Rom. 2: 12-16). Veel van de geboden worden ook in de Bijbel genoemd, ver voordat Mozes ze op de berg Sinai opgeschreven had.
Christus gebod dat we God met heel ons hart moeten liefhebben en onze naast als onszelf is gewoon een samenvatting van de wet die overigens ook al in het Oude Testament stond.