maandag 7 november 2016

§ 25. Hoe kan de Katholieke Kerk weten dat iemand heilig is? m.a.w. Hoe kan zij weten, of iemand na zijn dood door God onder het getal van de Heiligen in de hemel is opgenomen?

Laat mij dit eens eenvoudig proberen de verduidelijken. De Katholieke Kerk, de Paus en de bisschoppen kunnen, net zoals u en ik, geen kijkje nemen in de hemel. Maar stellen we eens voor, dat ergens bijv. een priester sterft, die door een buitengewoon voorbeeldig leven heeft uitgemunt. Als de gelovigen die overleden priester gelijk als een Heilige aanroepen of vereren, door bijv. zijn afbeelding in de kerk te plaatsen, dan zou zo iets door de kerkelijke overheden onmiddellijk streng verboden worden. Want dat is in strijd met de kerkelijke voorschriften. Maar dit neemt niet weg, dat  iemand voor zichzelf zeker kan zijn, dat die voorbeeldige priester werkelijk als een Heilige is gestorven. Stellen we nu ook eens voor dat een blinde, of als u wilt, een blindgeborene, die overleden priester van dichtbij heeft gekend, en vaak van zijn bewonderenswaardige deugd gehoord heeft. Met het volste vertrouwen dat deze priester in de hemel is, en als bijzondere vriend van God door zijn gebed veel zal kunnen krijgen, roept hij zijn voorspraak in, om door het gebed van de priester genezing van zijn blindheid te ontvangen. En werkelijk, hij ontvangt waar hij om vraagt: tot grote verbazing van al zijn vrienden en kennissen, van artsen en professoren, ontvangt hij plotseling zijn gezicht terug, en ziet nu net zo goed als alle anderen. Natuurlijk, dat feit wekt veel opspraak, iedereen wil de plotseling genezene zien en spreken, de hele plaats is er vol van.

Door dit wonderlijke voorval aangemoedigd, komt ook een andere zieke in de verleiding om voor hem hetzelfde te proberen. Iemand die lijdt aan tuberculose bijv. en al in de laatste fase van zijn ziekte is, en volgens de artsen nog enkele dagen te leven heeft, vraagt ook van de overleden priester om gebed in de hemel voor zijn genezing, en kijk, ook deze zieke voelt zich plotseling weer helemaal beter.

Hierna volgen nog verschillende andere, ook plotselinge en zekere genezingen van zieken, die tot dezelfde priester hun toevlucht hebben genomen.

Wat doet de Katholieke Kerk nu, als dergelijke feiten zich voordoen? Zij laat van haar kant die feiten door de geschiktste en geloofwaardigste personen onderzoeken. Hoe nauwgezet en streng de Kerk daarbij te werk gaat, zullen we later nog behandelen. Blijkt uit dit onderzoek, dat die verschillende genezingen enigszins twijfelachtig zijn of alleen een natuurlijke oorzaak hebben, bijv.  de kracht van de verbeelding, overprikkelde zenuwen enz., dan verbiedt de Kerk, dat de overleden priester, door de gelovigen als een Heilige wordt vereerd, eenvoudig, omdat voor zijn heiligheid niet genoeg bewijs aanwezig is. Maar ook van de andere kant, als het na zo'n grondig onderzoek duidelijk is, dat die wonderlijke feiten aan niets anders dan aan de onmiddellijke inwerking van God kunnen worden toegeschreven, m.a.w. is het zeker, dat men hier met echte, door God zelf verrichte wonderen te doen heeft, dan redeneert de Katholieke Kerk op de volgende manier:

Door de wonderen, die God verricht heeft aan hen, die de voorspraak van de overleden priester hebben ingeroepen, worden de gelovigen noodzakelijkerwijs in de mening gebracht of versterkt, dat die priester werkelijk in de hemel is en door zijn voorspraak deze wonderen van God heeft verkregen. Maar God kan, omdat Hij oneindig wijs en goed is, onmogelijk wonderen doen, waardoor de gelovigen noodzakelijkerwijs in een verkeerde mening zullen worden gebracht of versterkt. Dus moet die mening, waarin God de gelovigen gebracht of versterkt heeft, met de waarheid overeenkomen, en moet die overleden priester dus in de hemel zijn.

Die redenering is eenvoudig, maar genoeg. U ziet dus dat de Kerk, al blijft, zolang zij op aarde strijdt, de hemel gesloten, toch in sommige gevallen zeker kan zijn, dat één van haar overleden kinderen tot het getal van Gods Heiligen hoort.

Laat mij hier, alhoewel het niet nodig is, toevoegen, dat de Katholieke kerk altijd eerst onderzoek doet naar de deugden, of zo iemand namelijk de christelijke deugd heldhaftig heeft beoefend voordat zij de wonderen onderzoekt, die op iemands voorspraak verricht zijn. En wanneer het om een martelaar gaat, of hij inderdaad zijn bloed vergoten heeft om wille van het geloof of een andere christelijke deugd. Wordt zo'n heldendeugd bovendien ook nog door God met wonderen bevestigd, dan neemt de Katholieke Kerk met alle veiligheid aan, dat die gestorvene onder Gods Heiligen is opgenomen, en op deze manier heeft zij de zekerheid, dat duizenden van haar overleden kinderen bij de menigte van Heiligen zijn.

Waar zijn de Heiligen, die het Protestantisme heeft voortgebracht? Dat er onder de Protestanten altijd personen geweest zijn en nog zijn, op wiens zedelijk gedrag misschien weinig valt aan te merken, hebben wij al eerder toegegeven. Ook zullen er verschillende, die onbewust in dwaling, deugdzaam geleefd hebben en gestorven zijn, de hemel binnengaan. Maar het is zeker, dat in het Protestantisme, zolang het bestaat, nog nooit iemand is gestorven, die door een wonder zijn heiligheid heeft kunnen aantonen.

Uit het boek: 'Waar is de Kerk van Christus' van pastoor M. van der Hagen

Geen opmerkingen: