zondag 8 januari 2017

§32. Staan de herders of Evangelisten van het Protestantisme door een wettige opvolging in verbinding met de Apostelen, de eerste wettige bedienaren van Jezus' Kerk?

Van wie hebben de zogenaamde “Evangelisten” van de Protestanten hun zending, hun macht of bevoegdheid ontvangen? Kijken we naar Luther.

Van wie ontving Luther de last of zending om een nieuwe leer te verkondigen? Absoluut niet onmiddellijk van de Apostelen, daarvoor kwam hij 1500 jaar te laat. Ook niet van hun wettige opvolgers, want de wettige opvolgers ten tijde van Luthers optreden waren of de overheden van de Katholieke Kerk, of zij bestonden niet. Er is hier geen middenweg. Want zeg mij eens eerlijk: waar zouden toen, buiten de Katholieke Kerk, de wettige opvolgers van de Apostelen geweest zijn?

De overheden van de Katholieke Kerk hebben in ieder geval Luther de taak niet gegeven om een leer te verkondigen, die met de katholieke leer in strijd is. Deze leer hebben dezelfde overheden in het Concilie van Trente zo uitdrukkelijk mogelijk veroordeeld. Bovendien deed hij zich ook absoluut niet voor, als door de Paus of zijn wettige Bisschop gezonden; hij wilde niets van hen weten en overlaadde de kerkelijke overheid (verg. §22) met de vernederendste beledigingen en kwaadsprekerij. Luther had dus geen wettige zending ontvangen, niet van de Apostelen zelf en niet van hun wettige opvolgers. Dit is duidelijk.

Ook Luther zelf voelde dit heel goed aan, en daarom kon hij ook niets anders dan beweren, dat hij onmiddellijk door God zelf geroepen was.

Maar u begrijpt, lezer, zo iets kan men makkelijk zeggen, maar dit moet goed bewezen worden. De Apostelen beweerden, en zeker terecht, dat zij onmiddellijk door God waren gezonden; maar zij bewezen die goddelijke zending, vooral door wonderen. Als zij dit niet gedaan hadden, dan zou men namelijk onredelijk en lichtvaardig gehandeld hebben door hun woorden te geloven. Maar welke bewijzen heeft Luther gegeven, dat hem door God zelf de taak was opgelegd om een nieuwe leer te verkondigen? Absoluut geen één. Het is namelijk overbekend dat Luther nooit een wonder heeft verricht, waaruit kon blijken, dat hij werkelijk door God zelf was gezonden. En dat voor die goddelijke zending absoluut geen bewijs te vinden is in de heiligheid van Luthers leven, hebben we al gezien (§ 23).

Luther, de vader van het Protestantisme, en met hem Calvijn, Zwingli en andere sektehoofden, ontvingen dus niet van God zelf een bepaalde zending; ook niet van de Apostelen of van hun wettige opvolgers, maar stonden gewoon op eigen gezag op om een nieuwe leer te verkondigen. Hieruit volgt, dat noch zijzelf, noch de latere bedienaren van het Protestantisme door een wettige opvolging met de Apostelen in verbinding staan. Neem aan dat de tegenwoordige bedienaren hun voorgangers telkens hebben opgevolgd; dan zou men dus kunnen terug tellen tot Luther, maar niet verder. Daar wordt namelijk alle opvolging verbroken; want Luther was de wettige opvolger van …....niemand. Maar is dit zo, dan is de protestantse godsdienst, maar ook zijn leer, niet Apostolisch. d.w.z. niet de ware, door Christus gestichte Kerk, van wie de bedienaren en herders altijd de wettige opvolgers moeten zijn van haar eerste bedienaren en herders, de Apostelen.

Uit het boek: 'Waar is de Kerk van Christus' van pastoor M. van der Hagen

Geen opmerkingen: