zondag 6 september 2015

De devotie tot Marie en het bidden van de Rozenkrans

In dit artikel wordt ingegaan op het ontstaan van de Rozenkrans. Maar ook waarom de devotie tot Maria zo belangrijk en noodzakelijk is. Verder wordt ingegaan op diverse bezwaren tegen het toekennen van zo’n grote rol aan Maria. Tenslotte wordt uitgelegd hoe u de Rozenkrans moet bidden.

Hoe is deze devotie ontstaan

Het Rozenkransgebed is langzamerhand in de loop van 500 jaar ontstaan. Het bestaat uit het opzeggen van 150 (of 200) weesgegroetjes,  na elke 10 weesgegroetjes wordt een keer het ‘Onze Vader’ gebeden, het ‘Eer aan de Vader’ en het ‘Fatimagebed’. Gedurende de Rozenkrans mediteren we over de geheimen van het leven van Jezus en zijn Moeder.

Al in de 11e eeuw bestaat de praktijk van het herhaald opzeggen van weesgegroetjes, hierbij werden ritmisch weesgegroetjes gereciteerd, men bad eerst ter ere van haar vreugdes en daarna ter ere van haar smarten. Al snel werd de naam Rozenkrans gegeven aan deze Mariadevotie.
Begin 13e eeuw bestreed de H. Dominicus in Zuid-Frankrijk de ketterij der Albigenzen[1], maar in eerste instantie had hij weinig succes, daarom nam hij zijn toevlucht tot de H. Maagd. De Moeder Gods verscheen haar trouwen dienaar, bemoedigde hem en overhandigde hem de Rozenkrans. Deze werd nu een machtig wapen in de handen van den heilige. Hij begon de Rozenkrans te preken, leerde hoe deze gebeden moet worden volgens de aanwijzingen van de Hemelkoningin, en de devotie verspreidde zich. De kracht van het gebed bleek spoedig. Maria had hem de bekering van de  dwalenden beloofd en steeds meer mensen keerden in de schoot van de Kerk terug. De H. Dominicus en zijn ordebroeders toonden hun dankbaarheid en verbreidden overal de Rozenkrans.


De Rozenkrans bestond gedurende vele eeuwen uit 150 weesgegroetjes, net zoveel als het aantal psalmen dat we hebben. De monniken bidden elke week alle 150 psalmen, de 150 weesgegroetjes zijn een eenvoudiger en kortere vorm van bidden voor de gewone gelovigen. Deze 150 weesgegroetjes zijn ingedeeld 3 maal 50, bij alle 3 worden verschillende geheimen uit het leven van Jezus en Maria overdacht: 5 blijde geheimen, 5 glorievolle geheimen en 5 droevige geheimen. In 2002 heeft de H. Paus Johannes Paulus II hier 5 geheimen van het licht aan toegevoegd.


Waarom is de devotie tot Maria zo belangrijk?

“Het Nieuwe Testament is verborgen in het Oude Testament en het Oude Testament wordt in het Nieuwe Testament onthuld” zegt de H. Augustinus[2]. In het Oude Testament wordt de Christus heel expliciet aangekondigd in vele profetieën, maar daarnaast zijn er ook veel gebeurtenissen die  een voorafbeelding, een typologie, vormen van de komende Christus, een impliciete aankondiging. Zo zegt de H. Paulus dat het volk Israël uit de rots gedronken heeft en dat die rots Christus is (1 Kor. 10,1-4). In Johannes 3 vers 14 wordt de Mensenzoon vergeleken met de bronzen slang uit die Mozes in de woestijn op een stok zette, opdat de Israëlieten gered zouden worden wanneer ze in geloof daarnaar zouden opkijken. Een beroemd type is het scharlaken koord waarmee de hoer Rachab de Israëlitische verspieders in Jericho hielp ontsnappen (Jozua 2, 5-22). In dat rode touw zien de Kerkvaders het bloed van Christus, dat Hij heeft vergoten tot redding van de mensheid.

Zo staan er ook vele profetieën die de komst van Maria aankondigen en voorafbeelden. De eerste en belangrijkste is Genesis 3 vers 15: “Ik zal vijandschap wekken tussen u en de vrouw, Tussen uw kroost en haar kroost; Dit zal u de kop verpletteren, Maar gij zult loeren naar zijn hiel.” God heeft een vijandschap gesteld tussen de Vrouw (Maria, zijn waardige Moeder) en de Duivel. Een vijandschap tussen het kroost (de kinderen) van de vrouw (Maria) en de kinderen van de Duivel. Dit is een onverzoenlijke vijandschap die zal voortduren tot het einde van de tijd. Zie hiervoor Openbaringen 12 vers 17: “Nu ontstak de Draak in woede tegen de Vrouw; hij trok af, om strijd te voeren tegen de rest van haar zaad, tegen hen, die de geboden van God onderhouden, en de getuigenis van Jezus bezitten.” Ook hier weer de strijd tussen de Vrouw en haar zaad (haar kinderen) en de Draak (de Duivel). Vanaf het Bijbelboek Genesis zie je dus die tegenstelling. Door Maria wil God redding in de wereld brengen, in de woorden van de H. Louise de Montfort: “Wat de Duivel door hoogmoed verloor, heeft Maria door nederigheid herwonnen; wat Eva door ongehoorzaamheid tot verdoeming en tot ondergang bracht, heeft Maria door gehoorzaamheid gered. Door naar de slang te luisteren, stortte Eva al haar kinderen met zich zelf in ’t verderf en leverde hen aan de Duivel over; door volmaakt aan God getrouw te zijn, heeft Maria al haar kinderen en dienaars met zich gered en aan Gods Majesteit toegewijd."[3] Hieruit is duidelijk dat Maria een centrale rol speelt in de verlossing van de mensheid, door haar is de Christus gekomen.

Jacob en Rebekka

Een prachtige voorafbeelding is te vinden de geschiedenis van Jacob en Rebekka[4]. Uit deze geschiedenis leren we wat de rol van Maria is voor de uitverkorenen en daarom bespreken we deze geschiedenis uitvoerig.
Ezau had zijn eerstgeboorterecht aan zijn broer Jacob verkocht. Hun oude vader Izaäk ontbood zijn zoon Ezau, die hij liefhad, en gaf hem bevel op jacht te gaan en om van het bemachtigde een gerecht te bereiden., daarna zou hij hem zegenen. Rebekka, de moeder van de beide broers, bedenkt een geheimenisvolle list om ervoor te zorgen dat Jacob, die ze teder beminde, dit eerstgeboorterecht zou ontvangen. Rebekka brengt Jacob direct op de hoogte van wat Izaäk van plan is en geeft Jacob opdracht om twee geitenbokjes uit de kudde te halen. Hij bracht deze bokjes bij zijn moeder, die ze klaar maakte op een manier die Izaäk erg lekker vond. Ze deed Jacob de kleren aan van Ezau aan en bedekte zijn handen en hals met de huid van de geitenbokjes, zodat zijn vader zou denken dat het Ezau is die bij hem komt. Izaäk was blind en zou de stem van Jacob misschien herkennen, maar zou dan toch door de behaarde huid overtuigd raken dat het Ezau is. En zo geschiedde. Nadat hij gegeten had omhelsde Izaäk zijn zoon Jacob, rook de geur van zijn kleren en zegende hem en wenste hem de dauw van de hemel en de vruchtbaarheid van de aarde toe en stelde hem als heer over al zijn broeders aan. Hij eindigde met deze woorden: “Dat hij die u vervloekt, zelf vervloekt zij, en hij die u zegent, met zegeningen overladen worde.” Nauwelijks had hij deze woorden uitgesproken of Ezau kwam binnen en bracht zijn vader eten van de buit van de jacht om daarna zijn zegen te ontvangen. Izaäk doorzag wat gebeurd was, maar zag er de hand van God in en herriep zijn zegen niet, maar bevestigde die juist. Ezau begon woest te schreeuwen en beschuldigde zijn broer van bedrog, en aan zijn vader vroeg hij of zij dan maar één zegen had. Hierin lijkt Ezau volgens de Kerkvaders op de wereldse mensen die graag de genoegens van de wereld willen genieten, maar tegelijkertijd de zegen van God willen krijgen. Izaäk is ontroerd door het luide huilen van Ezau en geeft hem alsnog een zegen, maar een zegen van de aarde en maakt hem afhankelijk van zijn broer Jacob. Dit maakte dat er grote vijandschap ontstond tussen de twee broers. En Ezau zou zijn broer zeker gedood hebben, als Jacobs moeder door haar scherpzinnigheid hem niet voorzien van goede raad, die Jacob opvolgde.

Volgens alle Kerkvaders en de H. Schrift (Rom 9, 13) is Jacob het beeld van de uitverkorenen terwijl Ezau het beeld van de verworpenen is. Ezau is als volgt te typeren:
-          Ezau was bijna nooit thuis, hij vertrouwde op zijn eigen kracht en bekommerde zich weinig om de gunst van zijn moeder Rebekka te krijgen.
-          Hij was gulzig en verkocht zijn eerstgeboorterecht voor een schotel linzen.
-          Hij was vol van nijd ten opzichte van zijn broer Jacob.
En zo is het ook bij de verworpenen:
-          Ze vertrouwen op hun eigen kracht in de tijdelijke zaken. Ze zijn sterk en slim wat de dingen van deze aarde betreft, maar onwetend wat de dingen des Heren betreft.
-          Ze zijn weinig thuis, dat wil zeggen in hun binnenste, de inwendige woning. De verworpenen houden niet van innerlijke geestelijke godsvrucht. Ze maken zich ook niet erg druk om de Moeder van de uitverkorenen, ze zeggen soms misschien wel iets goeds over haar, maar kunnen het toch niet uitstaan dat Jacob een tedere liefde voor haar heeft.
-          De verworpenen verkopen hun eerstgeboorterecht, dat wil zeggen de genoegens van de hemel, voor een schotel linzen, dat wil zeggen de genoegens van de aarde. Ze lachen, drinken, eten en maken pret, en bekommeren zich evenals Ezau niet om de zegen van de hemelse Vader waardig te worden.
-          De verworpenen haten en vervolgen de uitverkorenen. Ze kunnen hen niet uitstaan, bespotten, bedriegen, verjagen en verarmen hen, terwijl het henzelf goed gaat.

Jacob is precies omgekeerd:
-          Hij was zwak, zacht en vreedzaam. Hij bleef vaak thuis om de gunst van zijn moeder Rebekka, die hij zeer beminde, te krijgen.
-          Hij was in alles onderdanig aan zijn moeder en gehoorzaamde haar altijd liefdevol en zonder klagen.
-          Hij vertrouwde zijn moeder volledig en steunde niet op zijn eigen vaardigheid. Wanneer hij iets niet zeker wist vroeg hij haar om raad, zoals de keer dat hij haar vroeg of hij niet de vloek in plaats van de zegen van zijn vader moest verwachten (vers 12).

Zo ook de uitverkorenen:
-          Ze leiden een teruggetrokken leven thuis bij hun Moeder: d.w.z. het zijn inwendige mensen, ze houden van afzondering en leggen zich toe op het gebed, maar dan altijd naar het voorbeeld en in gezelschap van hun Moeder, de H. Maagd.
-          De uitverkorenen beminnen en vereren de allerheiligste Maagd als hun goede Moeder. Zoals Jacob vermijden ze alles wat Haar kan mishagen en doen er alles aan om Haar gunst te verwerven. Ze brengen haar ook geschenken, zoals Jacob die geitenbokjes bracht, zo geven ze haar hun lichaam en ziel met al wat daarbij hoort. Ze ontdoen zich van hun eigen huid, dat wil zeggen hun eigenliefde, en laten zich door haar bekleden met de vellen van geitenbokjes, zo worden ze aangenaam voor hun Vader, omdat zij het beste weet hoe ze Zijn gunst kunnen verwerven. Ze laten Haar ook het gerecht bereiden naar de smaak van de hemelse Vader en tot zijn glorie. Zo wordt hun lichaam en hun ziel gereinigd van elke vlek en worden ze gereinigd en sterft de oude mens af. Ze worden toebereid als een kostelijke spijze die Gode aangenaam is en daarmee worden ze de zegen van de Vader waardig.
-          Ze zijn ook gehoorzaam en onderworpen aan hun goede Moeder. Zoals Jezus die 30 jaren, van zijn 33 jaar op aarde, doorbracht in onderworpenheid aan zijn moeder Maria. Hij gehoorzaamde haar door haar raad stipt op te volgen. De dienaren op de bruiloft in Kana gehoorzaamden Maria en volgden haar raad op en kregen de zegen van Jezus eerste wonder op aarde. Zoals Jacob, die de zegen kreeg, omdat hij het advies van zijn moeder Rebekka opvolgde. Zo krijgen de uitverkorenen ook de zegen van God en worden vereerd met Gods wonderen, wanneer ze gehoorzaam zijn aan Maria.

En Rebekka is dus in alles een beeld van Maria die komen zou, daarom bewijst ze deze diensten aan de uitverkorenen:
-          Zij bemint hen omdat Zij hun ware Moeder is, en een moeder bemint altijd haar kind. Ze bemint hen ook omdat ze uitverkoren zijn door God, zoals Jacob ook was: “Jacob heb ik bemind, Ezau echter gehaat” (Rom 9, 13). Ze bemind hen omdat de uitverkorenen zich geheel aan haar toewijden en dus haar eigendom en erfdeel zijn. Daarom geeft ze ook goede raad aan de uitverkorenen, zoals ze die aan Jacob gaf: “Luister nu naar mij, mijn jongen, en doe wat ik u zeg” (Gen. 27, 8). En de gelovigen moeten Haar hun ziel en lichaam geven, zoals Jacob de twee geitenbokjes gaf. En dan zal Maria daarmee doen wat Rebekka deed met de geitenbokjes: 1. Ze doodt ze en doet ze sterven naar het leven van de oude Adam 2. Ze ontdoet ze van hun huid, d.w.z. van hun eigenliefde en van alle gehechtheid aan het geschapene 3. Ze zuivert ze van alle smetten en zonde 4. Ze bereid ze naar Gods smaakt en tot Zijn glorie.
Ze bekleed ons ook met welriekende kleren, dat zijn de kleren van onze oudste broeder Jezus Christus, haar Zoon. Zij heeft die kleren in bewaring en kan ze uitdelen aan wie ze wil en naar de mate waarin ze dat wil.
De hals en handen van de uitverkorenen bekleed ze met geitevellen, d.w.z. met de verdienste en waarde van hun eigen goede werken. Daarmee versterkt ze hen, zodat ze grootse dingen kunnen verrichten voor de glorie van God en voor het heil van hun arme broeders.
-          Zij onderhoud hen en ze worden door haar aan haar borst gedragen “Opdat ge tot verzadiging moogt zuigen Aan de borst van haar troost, En met verrukking moogt zwelgen Aan de boezem van haar glorie” (Jes. 66, 11).
-          Zij geleid hen en bestuurt ze naar de wil van haar Zoon. Rebekka begeleidde haar zoon Jacob en gaf hem soms raad, om voor hem zo de zegen van zijn vader te krijgen of om hem zo te beschermen tegen de haat en vijandschap van zijn broer Ezau. Zo leidt Maria ook de uitverkorenen en brengt ze bij God, ze beschermd hen voor onheil en gevaar. Daarom hoeven de gelovigen niet te vrezen wanneer ze van alle kanten aangevallen worden.
-          Ze is hun voorspraak bij God en bij haar Zoon en verenigt hen op de meest innige wijze met Hem. Jacob had de spijzen aan zijn vader Izaäk aangeboden en de geur en smaak ervan en de bevielen hem en geur van Jacob’s kleren was hem zeer aangenaam. En hij riep uit: “Zie, de geur van mijn zoon Is als de geur van een akker, Door Jahweh gezegend”. Die geur dat zijn de deugden en verdiensten van Maria, die een akker is vol van genaden, waarin God de Vader zijn enige Zoon als tarwekorrel gezaaid heeft.

Maar is dit niet te veel eer voor Maria?

Velen denken dat we als katholieken hiermee te veel eer geven aan Maria en dat die eer aan Maria afbreuk doet aan de eer waar God recht op heeft. Het is allereerst belangrijk op te merken dat Maria oneindig ver beneden haar Zoon staat, die God is. Ze beveelt Hem dus niet zoals een aardse moeder een kind dat beneden haar staat. Maria vraagt, wil en doet niets dat in strijd is met de eeuwige en onveranderlijke wil van God. Het tweede is dat God geen andere grondslag gegeven heeft voor onze zaligheid dan Jezus Christus, elk gebouw dat niet op deze rots gebouwd is zal vroeg of laat instorten. Buiten Hem is alles slechts dwaling, leugen, ongerechtigheid, ijdelheid, dood en verdoemenis. Wanneer we ijveren voor de godsvrucht tot de allerheiligste Maagd, dan is dat alleen maar om die tot Jezus Christus des te volmaakter te beoefenen. Als het zo zou zijn dat de godsvrucht tot de H. Maagd ons van Jezus Christus zou verwijderen dan zouden we het als bedrog van de duivel moeten verwerpen. De eer aan Maria gaat dus niet ten koste van de eer die Christus toekomt, immers:
-          Christus was 30 jaar lang aan Haar onderschikt, zouden wij dat dan niet ondergeschikt aan Haar zijn?
-          Wanneer wij naar een koning gaan doen we dat vaak niet rechtstreeks, maar via een bemiddelaar die dicht bij de koning staat. Zouden wij dan de Koning der Koningen niet zo benaderen, via en door Maria?
-          De Bijbel zelf zegt ook dat we Haar zalig moeten prijzen (Luk. 1, 42, 43, 48)[5]. Daarom moeten we met Elisabet zeggen: “Gij zijt de gezegende onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van uw schoot!” (Luk 1, 42).
-          Maria, die een schepsel is, vormt geen beletsel voor onze vereniging met de Schepper. Zij leeft namelijk niet meer, maar Christus leeft in Haar. Haar heiliging en volmaking is volmaakter dan welke heilige dan ook, en daarom kan ze ons ook meer dan wie dan ook met Hem verenigen.
-          De genade van Christus is door Maria tot ons gekomen, zou die genade nu ook niet tot God terugkeren door haar?
-          In het natuurlijke wordt je geboren met een vader en moeder, zou je dan in de wedergeboorte niet ook geboren worden door een Vader én Moeder?
-          Een moeder brengt nooit alleen maar een hoofd voort, maar altijd ook het lichaam, de ledematen. Maria heeft het Hoofd, Christus, voorgebracht, zou ze dan niet ook de leden (de christenen) voortbrengen?
-          Wij moeten slaaf van Christus worden (Gal. 1, 10). Als wij slaaf van Christus worden dan worden we het ook van Maria, want Christus is de vrucht en de glorie van Maria.
-          In Maria is het heilige (Jezus) gevormd, zo moeten ook wij in Haar gevormd worden.

Uit al deze punten blijkt duidelijk dat de eer die we Maria geven niet in strijd is met de eer die God toekomt en dat het heel Bijbels en logisch is om Maria als onze Moeder te eren en ons aan Haar geheel te onderwerpen.

Welke beloftes zijn eraan verbonden?

De zalige dominicaan Alanus de Rupe (Alain de la Roche, ca. 1428 - 1475) heeft eveneens een verschijning gehad van de H. Maagd. Van Haar ontvangt hij deze 15 beloften, die degenen zullen ontvangen die dagelijks de Rozenkrans bidden:

1.       Wie de Rozenkrans godvruchtig bidt en daaraan trouw blijft, zal al zijn gebeden verhoord zien.
2.       Ik beloof een heel speciale bescherming en bijzondere genaden aan ieder die de Rozenkrans bidt.
3.       De Rozenkrans zal een ondoordringbaar schild zijn en de ketterijen teniet doen. Het zal de zielen bevrijden van het juk van de zonden en van verkeerde neigingen.
4.       Door het bidden van de Rozenkrans zal men deugdzamer gaan leven en Gods barmhartigheid verwerven. In de harten zal de liefde tot God de plaats gaan innemen van de vergankelijke genegenheden. Veel zielen zullen zich heiligen.
5.       De ziel die mij haar vertrouwen toont door het bidden van de Rozenkrans zal niet verloren gaan.
6.       Ieder die de Rozenkrans bidt, zal geen ongelukkig einde hebben. De zondaar zal zich bekeren, en de rechtvaardige zal tot het einde toe in staat van genade blijven leven.
7.       Ik wil dat allen die de Rozenkrans godvruchtig bidden, in hun leven kracht en licht zullen ontvangen, en bij hun dood deel zullen hebben aan het leven der gelukzaligen.
8.       De trouwe Rozenkransbidders zullen niet sterven zonder de genademiddelen van de heilige Kerk.
9.       Wie de Rozenkrans bidt, zal ik uit het vagevuur bevrijden.
10.   Zij die echt van de Rozenkrans gehouden hebben, en deze devotie altijd trouw zijn gebleven, zullen in de Hemel een speciale eer genieten.
11.   Alles wat men mij door het bidden van de Rozenkrans zal vragen, zal men verkrijgen. (Opmerking: wat men vraagt dient wel in overeenstemming te zijn met de wil van God!).
12.   Ik verkreeg van mijn Zoon, dat de Rozenkransbidders de zaligen in de Hemel als broeders aan hun zijde zullen hebben bij leven en dood.
13.   Zij, die de Rozenkrans verspreiden, zal ik in al hun noden bijstaan.
14.   De Rozenkransbidders zijn allen mijn veel geliefde kinderen en de broeders en zuster van Jezus Christus.
15.   De Rozenkransdevotie is een zeker teken van uitverkiezing en redding.

Maria is onze geestelijke moeder, die altijd het beste voor ons zoekt. Ze is zonder zonde ontvangen en Haar wil is volkomen in harmonie met Gods wil. Wat zij voor ons wil is hetzelfde als wat Hij voor ons wil. En Hij die precies weet wat we moeten doen om te doen wat Hij van ons wil heeft ons een weg naar Hem toe gegeven.
Deze beloften van Maria tonen ons dat de Rozenkrans een geestelijk wapen is dat elke soldaat van Christus en zijn Kerk nodig heeft de strijd te kunnen voeren. Zij die vertrouwen op de Rozenkrans en gelovig zich toevertrouwen aan Maria zullen vele extra genaden ontvangen die anderen die niet zo bidden niet ontvangen. Genades die we nodig hebben op de smalle weg die naar de hemel leidt.

Wat zeggen de Heiligen over de Rozenkrans?

Paus Pius XI:
"De Rozenkrans is het bevoorrechte middel onder alle andere, om de terugkeer van Christus in de mensen, de gezinnen en de naties te bewerkstelligen. De Rozenkrans is de meest volmaakte uitdrukking van christelijke, kinderlijke liefde. De Rozenkrans is een gebed dat met geen enkel ander gebed vergeleken kan worden, en dat van een verheven doeltreffendheid is".

Zr. Lucia uit Fatima:
"Sinds de H. Maagd ons het afdoende middel van de heilige Rozenkrans gaf, is er geen enkel probleem, materieel of geestelijk, nationaal of internationaal, dat niet opgelost kan worden door het bidden van de Rozenkrans en door onze offers".

"Onder de door de Kerk goedgekeurde devoties is er geen die zo gezegend is door vele wonderen als de devotie tot de Allerheiligste Rozenkrans” (Paus Pius IX).

Er is geen zekerder middel om Gods zegen over het gezin af te roepen . . .  dan het dagelijkse opzeggen van de Rozenkrans”(Paus Pius XII).

We schromen niet om opnieuw en publiekelijk te bevestigen dat we groot vertrouwen hebben in de Heilige Rozenkrans om zo de kwalen van onze tijd te genezen” (Paus Pius XII).

“Men kan niet continue in zonde leven en tegelijkertijd de Rozenkrans bidden: u zult de zonde opgeven of het bidden van de Rozenkrans opgeven” (Bisschop Hugh Doyle).

“Hoe mooi is het een gezin te zien dat elke avond de Rozenkrans bidt” (H. Johannes Paulus II).

De H. Loiuse de Montfort waarschuwt tegen de onwetenden en geleerden die de Rozenkrans als iets van gering belang achten…”de Rozenkrans is een onbetaalbare schat door God geïnspireerd.”

Hoe bidt u de Rozenkrans?

Nu is aangetoond hoe belangrijk de devotie tot de H. Maagd is willen we verder gaan met het bespreken van hoe we de Rozenkrans moeten bidden. Wanneer we bidden is het belangrijk dat we bidden met eerbied en aandacht, met vertrouwen en volharding, door Christus, onze Heer[6].

Tijdens de Rozenkrans mediteert u over 5 geheimen uit het leven van Jezus en Maria. Er zijn vier ‘sets’ van 5 geheimen en per dag denk je over een van deze geheimen na.

Maandag: Blijde Geheimen
Dinsdag: Droevige Geheimen
Woensdag: Glorievolle Geheimen
Donderdag: Geheimen van het Licht
Vrijdag: Droevige Geheimen
Zaterdag: Blijde Geheimen
Zondag: Glorievolle Geheimen

Blijde geheimen
·         De engel Gabriël brengt de blijde boodschap aan Maria (Annunciatie)
·         Maria bezoekt haar nicht Elisabeth (Maria-Visitatie)
·         Jezus wordt geboren in de stal van Bethlehem (Kerstmis)
·         Jezus wordt in de tempel opgedragen (Maria Lichtmis)
·         Jezus wordt in de tempel teruggevonden (Heilige Familie(soms deze lezing))

Geheimen van het Licht
·         De doop van Jezus in de Jordaan. (Doopsel van Jezus)
·         De openbaring van Jezus op de bruiloft van Kana.
·         Jezus’ aankondiging van het Rijk Gods.
·         De gedaanteverandering van Jezus op de berg Tabor (Gedaanteverandering van de Heer).
·         Jezus stelt de Eucharistie in. (Witte Donderdag/Sacramentsdag)

Droevige geheimen (Goede Vrijdag)
·         Jezus bidt in doodsangst tot zijn hemelse Vader
·         Jezus wordt gegeseld
·         Jezus wordt met doornen gekroond
·         Jezus draagt het kruis naar de berg van Calvarië
·         Jezus sterft aan het kruis

Glorievolle geheimen
·         Jezus verrijst uit de doden (Pasen)
·         Jezus stijgt op ten hemel (Hemelvaart)
·         De Heilige geest daalt neer over de apostelen (Pinksteren)
·         Maria wordt in de hemel opgenomen (Maria-Tenhemelopneming)
·         Maria wordt in de hemel gekroond (Maria Koningin)

U kunt elke dag een zogenaamd Rozenhoedje bidden, dat zijn 50 Weesgegroetjes (dus 1 set van geheimen) of beter nog een hele Rozenkrans (dat zijn 150 Weesgegroetjes, geheimen van het Licht, Droevige geheimen en glorievolle geheimen).

Concluderend

De strijd tussen de hemel en de hel is reëel en de Rozenkrans heeft bijzondere kracht in de strijd tegen het kwaad. De Satan haat Maria met alles wat in hem is, God heeft strijd gezet tussen de Vrouw en haar kinderen en de Duivel en zijn kinderen.

Het dagelijks bidden van de Rozenkrans kan een last lijken, maar die last wordt lichter naarmate we het vaker doen.
In eindig met de woorden van St. Louis-Marie Grignon de Montfort:
“Het is nauwelijks mogelijk voor mij om onder woorden te brengen hoezeer Maria de rozenkrans waardeert en hoe ze het verkiest boven alle andere devoties. Ook kan ik niet voldoende uitdrukken hoe wonderlijk zij degenen beloont die werken om deze devotie bekend te maken, te vestigen en te verspreiden. Noch kan ik uitdrukken hoe zij aan de andere kant degenen die er tegenin werken bestraft”.




[1] Albigenzen zijn de meest hecht georganiseerde groep binnen de religieuze sekte van de Katharen, 12de-14de eeuw, verbreid over Zuid-Frankrijk en Noord-Italië en genoemd naar een van hun centra: Albi, in de Languedoc. De Albigenzen waren er tegen om het dopen met water van Johannes de Doper over te nemen, want Jezus had geleerd om te dopen met een handoplegging. Kinderen konden niet gedoopt worden, omdat ze er de betekenis niet van begrepen. Het Huwelijk was verbonden aan geslachtsgemeenschap en dus per definitie zondig . De Eucharistie was volgens de Albigenzen niet door Jezus ingesteld. Ze kenden geen autoriteit boven hun eigen spirituele ervaringen van de Heilige Geest. Een middelaar tussen God en de mens werd verworpen. Kruisen en religieuze beelden waren gemaakt van aardse materialen en zouden uitgroeien tot afgoden. Ook het vereren van heiligen en overledenen kon niet door de beugel.
[2] Quaestiones in Heptateuchum 2,73
[3] Z. Louis-Maria Grignion de Montfort, Het Gouden Boek, pag. 37.
[4] Gen. 27, uitleg naar Z. Louis-Maria Grignion de Montfort, Het Gouden Boek, pag.148-175.
[5] Voorafschaduwing van die zegen die Haar toekomt in: Rechters 5, 24;
[6] Schoolcatechismus Vraag & Antw. 439.

5 opmerkingen:

Anoniem zei

Er is maar één middelaar tussen God en mensen, dit is Jezus Christus en niet Maria. Zo is zij ook geen redster van deze wereld of wilt u wat er aan het kruis is gebeurd ontkrachtigen? Ook is er geen vagevuur. Vele zaken die u aanhaalt zijn menselijke regeltjes en verzinsels. Lees aub de bijbel en ontdek de waarheid die van God komt.

Hugo Bos zei

Vanwege de incarnatie (vleeswording), heeft Jezus een unieke rol als Middelaar. Hij is de enige die God en mens tegelijk is, het enige contactpunt tussen ons en de Vader, Hij alleen is in staat om de kloof van de zonde die ons van God scheidt te overbruggen. Geen heilige kan Christus plek als Middelaar innemen. De Katholieke Kerk leert niet dat welke Christen ook maar middelaar is op die manier, zoals beschreven in 1 Timothëus 2: 5. Maar ze leert daarentegen dat alle Christenen middelaar zijn die, vanwege Christus Middelaarschap, in staat zijn om voor elkaar te bidden.
De Christenen worden niet uitgesloten van deelname aan Christus' Middelaarschap. Paulus benadrukt feitelijk dat we hierin moeten delen door voorbede. Onze voorbedes zijn effectief, juist omdat Christus de ene Middelaar is.

Hoe weet u zo zeker dat er geen vagevuur is? Waar staat dat? Ik lees de Bijbel en zie nergens dat er geen vagevuur is.

Anoniem zei

Welke bijbel leest u? Als christen hebben wij een verzoeningsbediening, geen middelaarschap. Dat staat nergens.
Wat betreft het vagevuur... Hebt u onzekerheid over uw eeuwige bestemming? Hebt u twijfel over Gods genade of over het reddingswerk van Christus? Alle onze zonden zijn namelijk vergeven, er moet helemaal niets meer gebeuren want wij zijn behouden door ons geloof in Christus. Leest u de Efeze brief aub met een biddend hart!

Hugo Bos zei

U zegt dat we wel een verzoeningsbediening hebben, maar wat is het verschil tussen een verzoeningsbediening en het middelaarschap?

Mijn vraag over het vagevuur heeft u niet beantwoord. U heeft niet laten zien waar staat dat er geen vagevuur is. Wat mijn zaligheid betreft (eeuwige bestemming) houd ik vast aan wat de H. Apostel Paulus zegt: "Dus, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valt!" (1 Cor. 10: 12).

Over het lijden van Christus zegt dezelfde Apostel: "Thans verheug ik mij, dat ik voor u lijden mag en aanvullen in mijn vlees, wat aan Christus’ lijden ontbreekt, ten bate van zijn Lichaam, de Kerk." (1 Col. 1: 24). Bovendien zegt u ook zelf dat er nog iets moet gebeuren, namelijk geloven.

Anoniem zei

Verzoening wilt zeggen dat wij als gezanten van God een oproep doen aan anderen, dwz wij vertellen aan anderen over het evangelie van Jezus Christus en het Koninkrijk van God. Verder vervullen wij daarbij de taken die ons zijn toebedeeld door de Heilige Geest en zetten wij onze gaven in tot eer van Hem. Eens mensen deze boodschap gaan geloven en zich gaan bekeren, verzoenen zij zich met God maar dat wilt niet zeggen dat zij vanaf dan een feilloos leven gaan leiden, in tegendeel. Ook voor de gelovige blijft het een leven van vallen en opstaan, niemand is perfect, ook niet de gelovige. Net dan, als wij vallen, kunnen wij ons tot Jezus richten, en alleen tot Hem! Hij middelt dan als Hogepriester voor ons bij de Vader. Dit kunnen wij niet doen of zijn wij net als Hem niet vervallen tot de zonde tijdens de beproevingen? Ik denk het niet!

Verzoening en middelaarschap zijn dus twee verschillende zaken. Teksten die relevant zijn om te lezen zijn 2 Kor 5 en Heb 4, er zijn er nog meer.

Ons geloof in Christus is onze behoudenis, waarom is er dan nog een vagevuur nodig?
Het is pure genade van God die ons toelaat in geloof tot Hem te naderen en de erfenis die voor ons gereedligt, namelijk het eeuwige leven te omarmen. Over het vagevuur staat er helemaal niets in de bijbel, het is een verkeerde interpretatie, een versinsel en zeker een struikelblok om mensen van de simpele waarheid af te houden en dat is het evangelie. Kent u het ware evangelie al? En dan bedoel ik niet wat er voorgekauwd wordt in uw kerk.